TERUG

Straatpraat: Wethouder Jaeger

Voorstel
Dit maal richten we de blik omhoog: naar één van de bovenbazen van Hilversum: wethouder Wimar Jaeger (spreek uit: ‘Jeger‘). Omdat wij als ‘Geachte Gijsbrechters’ al vier jaar met hem als bestuurder te maken hebben (v.v.), leek het me een aardig idee om ook deze robuuste persoonlijkheid eens onder de loep te nemen. Het gaat nu niet om politieke kwesties, maar puur om de man persoonlijk. U kent me…
Uiteraard heeft een wethouder het allemachtig druk, ‘dus’ valt ons gesprek uiteen in twee delen. Het eerste duurt een half uurtje en betreft vooral zijn jeugd en bestaan vóór zijn politieke carrière. Hij is opgewekt, vitaal en spraakzaam, zodat ik stof genoeg heb voor wel twee Straatpraten, maar we zullen ons beheersen, zoals het hoort. Het tweede gesprek, bijna een week later, gaat vooral over zijn werkzaamheden als huidig wethouder. De gesprekken voeren we op zijn werkkamer in ons wereldberoemde raadhuis.

Van wal
De naam ‘Wimar’ blijkt een bijzondere roepnaam te zijn: een combinatie van Marie Willem. Maar omdat zijn ouders hem niet wilden aanroepen met ‘Marietje’ of zo, maakten ze er ‘Wimar’ van. En ‘Jaeger’ roept weliswaar associaties op met gedegen ondergoed, maar is van oorsprong een Duitse naam; ‘sinds de 80-jarige oorlog echter erkend Nederlands’, grapt deze aardige houder der wet.
Wimar is in 1965 in Delft geboren, als oudste zoon van een ontwerper van schepen, die ambtshalve enkele jaren in Noorwegen en Indonesië woonde; met het gezin van vader, moeder, twee broers en twee zussen. Toen Wimar vier jaar was, verhuisde het gezin naar Aerdenhout. Hij behaalde zijn VWO-diploma op het Coornhert-Lyceum in Haarlem. Na veel overwegingen stortte hij zich op de studie politicologie aan de VU in onze hoofdstad Mokum. die hij in vijf jaar afrondde. Daarvan werd één jaar (1976) vrijwel geheel besteed aan een opmerkelijk,  charitatief project: geld inzamelen ter preventie van diverse kinderziektes in Burkino Fasso. Zo stuntten zijn ongeveer zeventig medestudenten met een 36-persoons-amfibiefiets (kan rijden en varen), waarmee ze vanuit Engeland het Kanaal overstaken en daarna door Nederland karden. Daarmee kregen ze internationaal veel aandacht. Uiteindelijk scoorden zij een kleine miljoen gulden.

Grenzeloos
Na zijn studie ging Wimar gedurende vier jaar als marketing manager aan de slag bij Bhurman-Tetterode, een flink bedrijf in  de grafische industrie. “Ik had daarmee veel mazzel: het was een ontzettend leuke baan.” Intussen was hij getrouwd, met Patricia, een vrouw die hij al kende van de lagere school en thans directeur is van het Orthopedisch Centrum van de ‘Haga Ziekenhuisgroep’, actief in Den Haag e.o.; zij had in Hongkong en Barcelona gewoond, Samen wilden ze –ervaren globetrotters- aan de slag in het buitenland. Dat werd in 1992 El Salvador, een land dat verscheurd werd door een burgeroorlog. Wimar werd er commercieel directeur van een fabriek in o.a. koelkasten en bedden. Hij reed in dezelfde gepantserde auto rond als waarmee de betreurde, vermoorde IKON-journalisten zich verplaatsten. Het waren vier spannende jaren, vol dynamiek en uitdaging.

Amendement
Hun eerste twee kinderen werden er geboren. Na nog dik twee jaar gewerkt te hebben in Venezuela, waar ze hun derde kind kregen, keerden ze terug naar Nederland, waar Wimar met een vriend een verpakkingsbedrijf in Almere kocht. Hij en zijn gezin betrokken in de Mediastad een woning aan de ’s-Gravelandseweg, vlakbij het centrum, waar ze hun vierde kind kregen; ze wonen er nog steeds, op een steenworp van papa’s werkplek. In 2008 werd hun zaak door een Franse firma gekocht voor een ‘heel leuk bedrag’, waardoor Wimar het zich kon permitteren een tijdje werkloos te zijn. Maar dat thuis zitten beviel niet zozeer hém slecht, als wel zijn gezin, “dat niet zat te wachten op een huisdirecteur die voorschreef hoe laat en hoe lekker de thee werd gedronken.”
Tot hem werd gevraagd om in Muiden een hoog oplopend probleem te helpen oplossen, waarbij een projectontwikkelaar huizen wilden bouwen op het terrein van een voormalige kruitfabriek. Daarbij ging het om honderden miljoenen euro’s. Hij werd wethouder aldaar en loste samen met collega’s de problemen redelijk goed op. “Het waren twee spannende jaren, vooral gefocust op dit item.”

Houd de wet!
Als ik vraag hoe het kan dat een werkloze ondernemer ‘ineens’ wethouder wordt, legt hij uit dat hij al sinds 1989 lid was van D’66 en zich op de achtergrond actief met de politiek van deze partij bezig hield, zoals het meeschrijven aan verkiezingsprogramma’s. Daarbij was hij tussen 2006 en 2010 fractie-assistent van D’66 in Hilversum en anderhalf jaar raadslid alhier. In die kringen was hij dus al redelijk gerenommeerd. Na de ruime verkiezingszege van D’66  in 2014, werd hij wat hij nog altijd is: wethouder. In het huidige college bevat zijn portefeuille: Economie, Evenementen, Cultuur, Media, Media Park, Regio, Hoger- en Beroepsonderwijs, Stationsplein, Kerkbrink. Zo’n goed gevulde portefeuille moet je vooral niet kwijtraken, vind ik. Met name vanwege de eerste twee heeft hij  geregeld met de Gijsbrecht te maken, v.v.

Agendapunten
Op zijn zes tot zeven werkdagen per week staat hij iets na zes uur op en ontbijt met vrouw en kinderen. Als hij kans ziet, gaat hij of een half uurtje hardlopen of hij oefent op de hobo, waarin hij na 25 jaar weer les is gaan krijgen. Standaard ligt hij tussen twaalf en één uur ’s nachts weer in zijn bedje. Thuis eten lukt zelden en ’s avonds lekker ontspannen is er vaak ook niet bij. Alleen in zijn vakanties lukt het hem om bijvoorbeeld eens een goed boek te lezen.
Hij is dagelijks rond half negen ‘op kantoor’. Maandag is ‘de interne dag’: overleg met collega’s en ambtenaren. De nodige stukken –soms honderden pagina’s- leest hij op de zondag ervóór. Natuurlijk kan hij nooit alles lezen; zijn naaste ambtenaren selecteren  de meeste stukken en voegen er vaak een advies bij. Dinsdag is ‘college dag’, die hij ook des zondags voorbereidt: met B&W knopen doorhakken; aansluitend de persbriefing. De drie andere doordeweekse dagen is hij vooral buiten de deur. ‘s Avonds: vergaderen met D’66, raad- of commissievergaderingen, divers overleg, openingen en ga zo maar door.  Al met al maakt hij werkweken van 75 tot 80 uur! Wimar: “Dat ligt natuurlijk ook aan mijzelf. Ik kan het niet laten me er met hart en ziel in te storten.”
Hij kan grotendeels toch zelf zijn agenda bepalen. Omdat hij een ‘doener’ is, die graag “mijn sporen in het bestuur nalaat”, levert het werk hem kennelijk meer energie op dan dat het hem  kost. “Het is echter niet echt bevorderlijk voor mijn sociale leven. Maar ik heb een nieuwsgierig karakter, heb over alles een duidelijke mening en weet die vaak over te brengen. Ik sta verbaal mijn mannetje wel en ik wil overal bij zijn en resultaten zien. Dat scheelt.”

Hopen en knopen
Ik vraag me af hoe het kan dat deze rijzige en energieke persoonlijkheid er altijd picobello uitziet: alom goed gewassen en geschoren, een solide haardos op de vriendelijke bol  en strak in het pak. Wimar: “Goede slaap, beetje sporten, gezond eten en vooral ook: betrokken zijn, want dat geeft energie.“ Als ik informeer of hij wel eens toekomt aan een goed diner, dan verklapt hij dat hij een ‘bitterballenmanie’ heeft: hij is gek op die ballen. Zelfs zó sterk dat als hij langere tijd in het buitenland is (deze zomer vier weken Spanje), hij zelfs te maken krijgt met een ‘bitterballenfrustratie’. Dan is er dus geen bal aan.
Opmerkelijk is dat hij dagelijks een half pakje sigaretten weg stookt. Ieder mens kent zijn zwakheden… Hij rookt vooral bij politieke spanningen, waarbij ‘het soms persoonlijk voelt.’ “Dat  vliegt me wel eens naar de keel. Maar het blijft boeiend om te zien wat je voor elkaar krijgt. Het is heel schadelijk dat intimidaties en soms zelfs bedreigingen tegen bestuurders, van buiten en binnen de politiek, steeds ‘ normaler’ lijken te worden, al heb ik het zelf gelukkig amper meegemaakt. In de politiek moet je stevig in je schoenen staan. De Hilversumse politiek is nog vrij zuiver, al is er zeker sprake van pogingen tot invloed van belanghebbenden op de politiek. Je moet dus heel alert zijn. Al met al heb ik absoluut geen saaie baan, met heel veel uiteenlopende zaken en altijd genoeg leesstof, haha. Hoewel ik geen dag vrij ben, vind ik dit dus ontzettend leuk werk!”

Van mening
Hij is de politiek ingegaan omdat hij ‘wat wilde doen met zijn mening‘. Dat klinkt ijdel, maar zo bedoelt hij dat niet. “Ik wil van meerwaarde zijn voor de maatschappij, die mij veel gegeven heeft. Het is mooi om met dit werk iets terug te doen voor mensen, bedrijven en (culturele) instellingen.”
Zijn keuze voor D’66 licht hij aldus toe: “Niet altijd van die rotsvaste meningen hebben, want niemand heeft de waarheid in pacht. Het is waardig om grijstinten te zoeken en te vinden. We moeten in de politiek oppassen niet apathisch te worden, maar wel de passie voor mens en maatschappij vast te houden. De ideale wereld bestaat niet. In de politiek is het kunst de balans te vinden tussen eigen verantwoordelijkheid en de helpende hand.  Een aardige uitspraak vind ik deze: ‘Mensen moeten het zelf willen, maar willen moet je ook maar kunnen’…  Dat is D’66.”

Nutopia
Jaeger heeft niet de ambitie om zich in de nationale politiek te storten, maar komt er ergens ooit een baantje als burgemeester vrij, dan lijkt hem dat ‘hartstikke leuk’. Mocht hij in het ergste geval de politiek uit moeten, dan zal hij zich in het ondernemerschap storten en wel in de media-industrie.
Nog preciezer: in de sector van de productie van beeld en geluid, waar hij smoorverliefd op is geworden.  Zo wil hij als wethouder proberen ons Mediapark om te zetten in een ‘Mediacampus’: een groot terrein met een aantrekkelijke werkomgeving, opleidingen, starters, hotels en restaurants – kortom ‘een zeer dynamische omgeving’. Dit werkt voor hem erg inspirerend. Om er manmoedig aan toe te voegen: “En het gaat lukken ook!”

Stemronde
Zoals gezegd vindt hij de ‘enorme variëteit’ het leukst van zijn baantje. “Je werkt mee aan de BV Nederland, hebt te maken met  burgers en bedrijven, van  ZZP-ers tot ministers, van cameraman tot een omroepbaas. Soms gaat het om een tientje, dan weer over miljoenen. Krijg ik een kick van.”
Uiteraard vis ik ook naar zijn ervaringen met en kijk op de Gijsbrecht.
Jaeger: “Een dynamische straat. Je wilt dat vooral het eigen karakter bewaard blijft, wat lastiger wordt naarmate het groter wordt. Intiem blijven en toch groeien; een paradox die de straat zo aantrekkelijk maakt. En iedereen, winkeliers, ondernemers, bewoners: ze zijn waanzinnig positief.” Mooi, dat is genoteerd!
Het minst leuk aan dit werk vindt hij de bureaucratie, die soms belangrijker lijkt dan het resultaat. En je moet goed bestand zijn tegen persoonlijke kritiek. “Maar ik werk ook nog eens in een schitterend gebouw! Ik zit hier historisch en architectonisch gebeiteld!”

Wet- en standhouder
De geijkte slotanekdote betreft een taalgrapje. “Er was overleg met kraamhouders op onze Markt;  ik stelde voor om her & der wat kramen te verplaatsen. Maar dat schoot één van hen in het verkeerde kraamkeelgat, want dat raakte aan zijn ‘anciënniteit’ (=hoe langer je op de markt staat, hoe meer rechten).  Maar de betreffende standhouder gebruikte een woord dat niet door de computer en anderen wordt herkend: ‘anus-ciënniteit’. Klinkt komisch én niet zo fris, haha.”

Rondvraag
Al met al heeft deze knappe, koosjere, kalme en kundige wethouder anderhalf uur uitgetrokken voor een  gesprek met deze licht belegen, brave burger. Bedankt, Wimar!

Politici zijn méér mens dan u denkt…

Frans Kwantes,
22 en 28 juni 2018

wethouder wimar jaeger, gijsbrecht, straatpraat

Wethouder Wimar Jaeger